Aangifte en teruggave

Je kunt vanaf 1 maart 2026 aangifte inkomstenbelasting doen over het belastingjaar 2025.

Uitstel

Veel mensen krijgen van de Belastingdienst een uitnodiging (per brief of per mail) om aangifte te doen. Er staat dan bij dat je de aangifte moet insturen vóór 1 mei 2026. Lukt het niet om voor 1 mei alle gegevens op een rijtje te zetten, vraag dan uitstel tot 1 september. Doe dat wel vóór 1 mei. Om uitstel te krijgen hoef je alleen maar even te bellen met de Belastingtelefoon 0800-0543. Houd je BSN-nummer bij de hand. Je krijgt namelijk niet echt iemand aan de telefoon. Je doorloopt een keuzemenu, waarbij je op een gegeven moment je BSN-nummer moet intoetsen. Zijn jullie fiscale partners en hebben jullie allebei een uitnodiging ontvangen om aangifte te doen, vraag dan allebei apart uitstel aan.

Let op: je hebt alleen uitstel gekregen als je daarvan een schriftelijke bevestiging hebt gekregen van de Belastingdienst!

Krijg je geen uitnodiging van de Belastingdienst om aangifte te doen, dan hoef je ook geen uitstel te vragen. Je hebt dan nog vijf jaar de tijd (dus tot uiterlijk 31 december 2030) om aangifte te doen over het jaar 2025.

Hoe snel hoor ik iets terug van de Belastingdienst op mijn aangifte?

Als je de aangifte indient vóór 1 april, dan krijg je vóór 1 juli bericht van de Belastingdienst. Doe je aangifte ná 1 april, dan krijg je binnen drie maanden bericht. Meestal gaat dat in de vorm van een voorlopige aanslag. Bij die aanslag zit al een berekening van hoeveel geld je terugkrijgt of moet bijbetalen. Krijg je geld terug, dan staat dat binnen een paar weken op je rekening. Heb je uitstel gevraagd, dan duurt het langer voordat de Belastingdienst kan reageren op je aangifte. Het duurt dan dus ook langer voordat je geld terugkrijgt.

Hoe zit het met het aanvragen van toeslagen, zoals de huurtoeslag en de zorgtoeslag?

Je kunt nog tot 1 september 2026 huurtoeslag, zorgtoeslag of een kindgebonden budget aanvragen voor het jaar 2025. Ook als je de aangifte inkomstenbelasting keurig vóór 1 mei 2026 indient. Je hoeft dus geen uitstel te vragen voor de aangifte inkomstenbelasting, alleen omdat je meer tijd nodig hebt voor het aanvragen van deze toeslagen. Heb je uitstel gekregen voor het doen van aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2025, dan geldt de termijn voor dat uitstel ook als uiterste datum voor het aanvragen van huurtoeslag of zorgtoeslag. Heb je bijvoorbeeld uitstel gekregen tot 1 november 2026, dan kun je dus nog tot 1 november huurtoeslag of zorgtoeslag aanvragen over 2025.

Let op: deze regeling geldt niet voor de kinderopvangtoeslag! Die moet je altijd aanvragen binnen drie maanden nadat je er recht op hebt gekregen. Dat kan dus al gedurende het lopende jaar zijn!

Eerdere jaren

Heb je de afgelopen jaren geen aangifte inkomstenbelasting gedaan en heb je daar nu spijt van? Je hebt nog een kans. Je kunt nog tot uiterlijk 31 december 2026 aangifte doen over 2021, tot 31 december 2027 over 2022, enzovoorts. De online aangifte voor deze jaren vind je op de website Belastingdienst.nl. Je kunt ook gebruik maken van P-formulieren voor de betreffende jaren. Die kun je opvragen bij de Belastingtelefoon 0800-0543.

Administratie bewaren

De gegevens waar je de aangifte op baseert, moet je ten minste vijf jaar bewaren. De Belastingdienst kan namelijk achteraf om een toelichting vragen. Bewaar je financiële administratie over het jaar 2025 dus in ieder geval tot 31 december 2030. Voor ondernemers gelden langere termijnen.

Meestal krijg je eerst een voorlopige aanslag opgelegd. De Belastingdienst kan hier nog op terugkomen of vragen om uitleg of onderbouwing. Pas als de Belastingdienst een definitieve aanslag oplegt, mag je ervan uitgaan dat de aangifte geaccepteerd is.

Teruggave berekenen

Je hoeft niet zelf te berekenen hoeveel geld je terugkrijgt van de Belastingdienst. In de rubriek ‘Overzicht’ krijg je dat bedrag automatisch te zien. Je moet dan wel al eerder, in de rubriek ‘Te verrekenen bedragen’ de bedragen van een eventuele voorlopige teruggave of voorlopige aanslag vermeld hebben.

  • Is je bruto inkomen lager dan € 38.441, dan krijg je maximaal 35,82% terug van het bedrag dat je in aftrek hebt gebracht.
  • Is je bruto inkomen € 38.441 of hoger, dan krijg je maximaal 37,48% terug van het bedrag dat je in aftrek hebt gebracht.

Als ik geld terugkrijg van de Belastingdienst, wordt dit dan gekort op mijn bijstandsuitkering?

Nee. Belastingteruggave vanwege de aftrek zorgkosten geldt niet als inkomen voor de Participatiewet. Het gaat namelijk om teruggave van belastinggeld ‘op grond van kosten die niet tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten’ behoren. De gemeente mag de teruggave dus niet korten op je uitkering.

Dat geldt ook voor aanvullende uitkeringen die vergelijkbaar zijn met de bijstand, zoals de aanvulling voor ouderen met een onvolledig AOW-pensioen (AIO, uitgekeerd door de Sociale Verzekeringsbank).

Ik heb schulden. Moet ik dan de teruggave inleveren bij mijn schuldeisers?

Dat is niet de bedoeling. Het gaat namelijk om een compensatie voor noodzakelijke kosten die je maakt vanwege je ziekte of beperking.

Heb je contact met de gemeente om je schulden aan te pakken, leg dan uit dat je deze teruggave hard nodig hebt om de voor jou noodzakelijke zorgkosten te kunnen betalen. De gemeente kan dan besluiten dat je deze teruggave mag houden.

Zit je in schuldsanering en heb je een bewindvoerder? Spreek dan af dat je deze teruggave mag houden, zodat je het geld kunt gebruiken voor de noodzakelijke voorzieningen in verband met je ziekte of beperking.

Aftrekposten

In de online aangifte staan onder de knop Uitgaven twee aftrekposten die speciaal van belang zijn voor mensen met een ziekte of beperking. Het gaat om (1) de Zorgkosten en (2) de Uitgaven voor tijdelijk verblijf thuis van een gehandicapte.

  1. Zorgkosten. Dit is de verzamelnaam van een groot aantal, nauwkeurig omschreven kosten. Je kunt van deze aftrek gebruik maken als je aantoonbaar hoge kosten hebt vanwege je ziekte of beperking.
  2. Uitgaven voor tijdelijk verblijf thuis van een gehandicapte. Je kunt van deze aftrek gebruik maken als je kind, broer, zus (of iemand anders van wie je formeel de mentor of curator bent) 21 jaar of ouder is, in een zorginstelling woont en regelmatig bij jou logeert.

Doorschuiven

Hoe meer aftrekposten je kunt opvoeren, hoe meer belastinggeld je terugkrijgt. Maar daar zit wel een grens aan. Het kan zijn dat je zoveel aftrek hebt, dat die niet tot uitbetaling kan komen. Je zou dan namelijk een ‘negatieve’ aanslag moeten krijgen en daar doet de Belastingdienst niet aan. Je houdt dan een ‘restant persoonsgebonden aftrek’ over. Dit restant mag je doorschuiven naar een volgend jaar.

Heb je een restant persoonsgebonden aftrek’ over 2024? Dan vult de Belastingdienst dit bedrag alvast in op je aangifte, onder het kopje ‘Uitgaven die u vóór 2025 hebt gedaan’.

Heffingskortingen

Bij de berekening van het bedrag dat je verschuldigd bent aan inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen, gelden heffingskortingen. De inkomensafhankelijke algemene heffingskorting geldt voor iedereen. Daarnaast zijn er heffingskortingen voor bepaalde groepen mensen, bijvoorbeeld voor mensen die betaald werken, ouderen en alleenstaande ouders. Door die heffingskortingen betaal je minder belasting.

Eén heffingskorting verdient bijzondere aandacht: de jonggehandicaptenkorting. Het gaat om een extra belastingvoordeel voor mensen die onder de Wajong vallen. Dat kan ook een ‘slapend’ Wajong recht zijn, dat niet tot uitbetaling komt! De jonggehandicaptenkorting over het belastingjaar 2025 bedraagt € 909.
-> Lees verder over de jonggehandicaptenkorting.

Betalingen uit een persoonsgebonden budget

Als je tegen betaling zorg of hulp verleent, dan gelden de bedragen die je daarvoor ontvangt als inkomen. Ook als die betaling afkomstig is uit een persoonsgebonden budget. En ook als de budgethouder jouw eigen partner is of je kind. Je zult die betalingen dus bij je eigen aangifte moeten opgeven als inkomen in box 1. Er zijn hierbij verschillende mogelijkheden.

  • Ofwel de Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft al loonheffing ingehouden en jou een nettoloon uitbetaald. In dat geval kun je de bedragen uit de Jaaropgave die je van de SVB hebt gekregen overnemen in de rubriek Inkomsten -> Inkomsten uit loondienst.
  • Ofwel de SVB heeft jou een bruto honorarium uitbetaald. In dat geval vul je de inkomsten in bij Inkomsten -> Resultaat uit overige werkzaamheden. Je mag daarbij je bruto honorarium verminderen met verwervingskosten. Dat zijn bijvoorbeeld kosten voor het bijhouden van een administratie en reiskosten (als je ergens anders woont dan degene die je verzorgt of begeleidt) á € 0,23 per kilometer. Je moet hier wel een nauwkeurige administratie van bijhouden, anders loop je het risico dat de Belastingdienst de verwervingskosten niet accepteert.

Krijg je de betalingen rechtstreeks van de budgethouder, zonder tussenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (dat kan bijvoorbeeld bij een persoonsgebonden budget voor verpleging en verzorging vanuit de Zorgverzekeringswet), dan gelden dezelfde regels als bij bruto uitbetaling door de Sociale Verzekeringsbank. Vraag in dat geval aan de budgethouder om jou een jaaroverzicht te geven van de betalingen.

Vrijwilligersvergoedingen

Doe je vrijwilligerswerk, dan kun je afspreken dat je daar een vergoeding voor krijgt. Er zijn daarvoor verschillende mogelijkheden.

  • Je krijgt alleen een vergoeding voor de werkelijke kosten die je maakt. Je declareert deze kosten bij de organisatie of de mensen waar je voor werkt. Je kunt deze kosten aantonen met facturen, bonnen of een kilometeradministratie (á € 0,23 per kilometer). Je kunt deze kosten onbeperkt vergoed krijgen, zonder dat de Belastingdienst deze vergoedingen als inkomsten aanmerkt.
  • Je krijgt alleen een vaste vergoeding, ongeacht de kosten die je maakt. Ben je 21 jaar of ouder, dan geldt hiervoor een maximum van € 5,60 per uur (voor jongeren is dat € 3,30 per uur), tot in totaal maximaal € 210 per maand, tot in totaal maximaal € 2.100 per jaar (bedragen voor 2025). Krijg je een hogere vaste vergoeding, dan beschouwt de Belastingdienst de hele vergoeding als inkomen waar je belasting over moet betalen.
  • Je krijgt zowel een vaste vergoeding (volgens de regels hierboven) als een vergoeding voor werkelijke kosten. Komt die gecombineerde vergoeding boven de € 210 per maand of € 2.100 per jaar (bedragen voor 2025) uit, dan beschouwt de Belastingdienst de totale vergoeding als inkomen waar je (na aftrek van gemaakte kosten) belasting over moet betalen.

Vrijwilligersvergoeding naast een uitkering
Vrijwilligersvergoedingen worden meestal niet gekort op je uitkering. Maar er zijn wel uitzonderingen.

  • Krijg je de werkelijke kosten vergoed op basis van declaraties en kun je die kosten onderbouwen, dan wordt de vergoeding niet gekort op je uitkering. Ongeacht om hoeveel geld het gaat. En ongeacht je leeftijd.
  • Krijg je een vaste vergoeding die niet hoger is dan de bovengenoemde bedragen per uur, maand en jaar, dan wordt die vergoeding niet gekort op de uitkering. Behalve als je 27 jaar of jonger bent en een bijstandsuitkering krijgt van de gemeente. De gemeente kan de vaste vrijwilligersvergoeding in dat geval wel korten op je uitkering.
  • Krijg je een vaste vergoeding én een vergoeding van je werkelijke kosten en komen die vergoedingen samen bóven de maximale belastingvrije vergoeding per uur, maand of jaar uit, dan beschouwt niet alleen de Belastingdienst, maar ook de uitkeringsinstantie de hele vergoeding als inkomen. Je loopt dan het risico dat je niet alleen belasting moet betalen over de vergoeding (na aftrek van je daadwerkelijke kosten), maar ook dat de uitkeringsinstantie die vergoeding met je uitkering verrekent.

Uitgebreide informatie over vrijwilligersvergoedingen en de inkomstenbelasting vind je op Belastingdienst.nl.

Ik werk als vrijwilliger bij een patiëntenorganisatie. Ze boden mij een vaste vergoeding aan, maar die heb ik geweigerd. Zij hebben het geld harder nodig dan ik. Kan ik hier nog iets mee?

Mogelijk wel. Kon je aantoonbaar wel een vrijwilligersvergoeding krijgen, maar heb je daar van afgezien, dan kun je dit bedrag aanmerken als gift. Zo’n gift is onder voorwaarden aftrekbaar. Eén van die voorwaarden is dat het moet gaan om een door de Belastingdienst erkend goed doel, een ANBI (algemeen nut beogende instelling). Meer informatie hierover staat op de website van de Belastingdienst.

Smartengeld

Smartengeld is een vergoeding voor leed dat jou door toedoen of onder verantwoordelijkheid van een ander is aangedaan.

  • De Belastingdienst heft geen inkomstenbelasting over smartengeld in box 1 (tenzij het, in uitzonderlijke gevallen, gaat om een schadevergoeding die voortkomt uit een dienstbetrekking).
  • Het kan wel gebeuren dat je vermogen door die eenmalige uitkering boven de vrijstellingen in box 3 uitkomt. In dat geval telt het bedrag wel mee voor het berekenen van de inkomstenbelasting in box 3. Maar voor de berekening van je recht op toeslagen kan dit extra vermogen buiten beschouwing blijven. Je moet daar wel zelf om vragen. Dat kan met het formulier Verzoek bijzonder vermogen toeslagen van de Belastingdienst.

En als ik dat smartengeld krijg in de vorm van maandelijkse uitkeringen?

Ben je (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt geworden en is een ander daarvoor aansprakelijk, dan kom je mogelijk in aanmerking voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering van de aansprakelijkheidsverzekeraar van je tegenpartij. Die uitkering loopt door tot je de AOW-leeftijd bereikt. Over deze uitkeringen moet je wel inkomstenbelasting betalen in box 1, net als over andere arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.


Alle informatie in deze rubriek gaat over het belastingjaar 2025. De aangifte inkomstenbelasting over dat jaar start op 1 maart 2026.