Extra uitgaven voor kleding en beddengoed

Had je in 2025 vanwege je ziekte of beperking extra uitgaven voor kleding en beddengoed, dan zijn die uitgaven aftrekbaar als zorgkosten. Het moet gaan om een ziekte of beperking die minimaal een jaar duurde of die (waarschijnlijk) minstens een jaar gaat duren.

Algemeen

Het moet steeds gaan om extra kosten die veroorzaakt worden door de ziekte of beperking. Het moet dus duidelijk zijn dat de ziekte of beperking zulke kosten met zich meebrengt.

Niet alleen de aanschafkosten tellen mee, ook de kosten voor extra wasbeurten. Het gaat dan wel nadrukkelijk om aanvullende wasbeurten, dus de wasbeurten die extra nodig zijn omdat je kleding en beddengoed sneller vies wordt vanwege de ziekte of beperking.

Wil je extra uitgaven voor kleding en beddengoed aftrekken voor kinderen tot 27 jaar, dan kan dat alleen als die kinderen in 2025 bij jou thuis woonden. Deze beperking geldt niet voor andere zorgkosten, maar wel voor de extra uitgaven voor kleding en beddengoed.

De aftrek geldt per persoon, zowel voor volwassenen als voor kinderen. Waren er in 2025 meerdere personen met een ziekte of beperking in het huishouden die extra uitgaven hadden voor kleding en beddengoed, dan kun je voor elk van die personen deze aftrek opvoeren.

Ook de kosten voor schoenen vallen onder de aftrek van ‘kleding en beddengoed’. Denk bijvoorbeeld aan de eigen betaling die je doet voor orthopedische schoenen, op grond van het zogenoemde ‘besparingsmotief’. Maar ook extra kosten voor gewone schoenen tellen mee. Dat blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad.

Had je maar een deel van 2025 deze kosten (doordat je aandoening pas in 2025 is ontstaan of je in de loop van 2025 weer beter werd), neem dan het bedrag naar evenredigheid. Het gaat dan om de periode dat je ziek was of met beperkingen te maken had, ook al heb je de kosten voor kleding en beddengoed pas verderop in het jaar gemaakt.

Doelgroepen

Verschillende groepen mensen kunnen van deze aftrekpost gebruik maken.

  • Mensen met een lichamelijke beperking. Denk aan mensen in een rolstoel die aangepaste kleding nodig hebben, aan kleine mensen (door een groeistoornis), aan mensen met incontinentie (ook als die wordt veroorzaakt door ouderdom), aan mensen met een chronische huidaandoening waarvoor ze op voorschrift van een arts crèmes gebruiken die niet snel in de huid trekt, aan mensen met spasticiteit of aan mensen met een beperkte handfunctie.
  • Mensen met een verstandelijke beperking of mensen met psychiatrische problemen die door hun beperking meer geld uitgeven aan kleding. Bijvoorbeeld doordat het vaker gewassen moet worden en dus sneller slijt of doordat hun kleding door gedragsproblemen eerder vuil wordt of stuk gaat.

Laag forfait

Als je voldoende aannemelijk’ kunt maken dat je ziekte of beperking inderdaad extra kosten voor kleding en beddengoed met zich meebrengt, dan kun je standaard € 340 per persoon aftrekken. In dat geval hoef je geen kosten aan te tonen.

Het is niet altijd eenvoudig om aannemelijk te maken dat je extra kosten hebt voor kleding en beddengoed. De Belastingdienst kan vragen om een verklaring van een arts of paramedicus waaruit dat blijkt. Bovendien geldt er voor het lage forfait een vergelijkingsmaatstaf. Je moet aannemelijk maken dat je vanwege de ziekte of beperking meer kosten maakt voor kleding en beddengoed dan iemand die voor het overige (inkomen, gezinssamenstelling) in gelijke omstandigheden verkeert.

Ik heb een maagverkleining ondergaan. Nu ben ik twintig kilo afgevallen. Dat is fijn, maar ik moet wel allemaal nieuwe kleren kopen. Zijn de kosten daarvoor aftrekbaar?

Nee. Je kledingkosten komen niet voort uit een ziekte of beperking die minimaal een jaar duurt of naar verwachting een jaar of langer gaat duren.

Ik heb reuma. Kom ik dan in aanmerking voor het lage forfait?

Niet zomaar. Je zult aannemelijk moeten maken dat de ziekte in jouw geval leidt tot extra kosten voor kleding en beddengoed, die hoger zijn dan bij iemand die voor het overige in dezelfde omstandigheden verkeert. Dat is bij reuma niet per definitie het geval. Dat wil dus niet zeggen dat je er nooit voor in aanmerking komt. Als je bijvoorbeeld braces draagt die extra slijtage aan je kleding veroorzaken, dan kom je mogelijk wel in aanmerking voor het lage forfait.

Mijn zoon is allergisch voor huisstofmijt. We wassen dus vaak en veel. Daardoor slijt alles ook sneller. Komen we dan in aanmerking voor het lage forfait?

Niet zonder meer. Je zult aannemelijk moeten maken dat die allergie in jullie geval daadwerkelijk leidt tot extra kosten voor kleding en beddengoed. ‘De enkele omstandigheid dat [het kind] blijkens de verklaring van de huisarts […] huisstofmijtallergie heeft, is daarvoor onvoldoende,’ aldus de belastingrechter.

Ik heb een angststoornis, waardoor ik heel veel zweet. Ook ’s nachts. Daardoor moet ik mijn kleding en beddengoed vaak wassen en slijt het sneller. Kan ik die extra kosten aftrekken als zorgkosten?

Dat zou kunnen. Maar je hebt wel een verklaring nodig van een arts of paramedicus dat je inderdaad een aandoening hebt waardoor je veel meer zweet dan een ander, zodat het aannemelijk is dat je extra kosten maakt. Een verklaring van een GGZ begeleider is daarvoor onvoldoende. Bovendien moeten jouw kosten voor kleding en beddengoed daardoor hoger zijn dan gebruikelijk.

Ik woon in een instelling die gefinancierd wordt uit de Wet langdurige zorg. Ik hou van mijn inkomen niet meer over dan zak- en kleedgeld. De instelling brengt mij € 45 per maand in rekening om mijn kleding en beddengoed te wassen. Dat is dus € 540 per jaar. Zijn die kosten aftrekbaar?

Niet volledig. Jouw kosten voor het wassen van kleding en beddengoed zijn wel veel hoger dan voor mensen die niet in een instelling wonen. Dat komt doordat jouw kleding en beddengoed vanwege je beperkingen vaker en grondiger gewassen moet worden. Je kunt dus gebruik maken van het lage forfait en € 340 aftrekken voor deze extra kosten.

Hoog forfait

Bedroegen je extra uitgaven voor kleding en beddengoed in 2025 aantoonbaar meer dan € 680 per persoon, dan kun je standaard € 850 per persoon aftrekken. Aantoonbaar wil zeggen dat je betalingsbewijzen moet kunnen laten zien als de Belastingdienst daarnaar vraagt. Ook voor het hoge forfait geldt een vergelijkingsmaatstaf. Je moet dus aannemelijk maken dat je vanwege de ziekte of beperking meer kosten maakt voor kleding en beddengoed dan iemand die voor het overige (inkomen, gezinssamenstelling) in gelijke omstandigheden verkeert.

  • Woon je in een zorginstelling, dan kun je voor het aantonen van dit ‘hoge forfait’ ook de bewassingkosten meerekenen die de instelling aan jou in rekening bracht.
  • Gebruik je celstofluiers of pageslips in verband met de ziekte of beperking, dan kun je die meetellen als ‘kleding’.
  • Heb je een orthopedische matras of een herniamatras, dan kun je de afschrijving (waardevermindering) van deze matras over het jaar 2025 beschouwen als extra uitgaven voor beddengoed. Een gebruikelijke afschrijftermijn voor matrassen is 10 jaar.

Bedroegen je extra uitgaven voor kleding en beddengoed in 2025 aantoonbaar méér dan € 850, dan kun je toch maar € 850 aftrekken. Hogere aftrek is niet mogelijk.

Hoe weet ik of ik in 2025 voldoende extra kosten had om voor het hoge forfait in aanmerking te komen?

Eerst moet je weten welke kosten voor kleding gebruikelijk zijn voor jouw situatie (inkomen, leeftijd, gezinssituatie). Alleen als je méér dan de gebruikelijke kosten maakt, tellen die meerkosten mee voor de bepaling van het recht op het hoge forfait. Als de Belastingdienst ernaar vraagt, moet je alle kosten voor kleding en beddengoed kunnen aantonen met facturen. Dus niet alleen de extra kosten vanwege je ziekte of beperkingen. De Belastingdienst zelf heeft geen tabellen beschikbaar om te bepalen wat in jouw situatie algemeen gebruikelijke kosten zijn voor kleding en beddengoed. Je kunt wel herleiden wat mensen zonder ziekte of beperkingen in jouw situatie (inkomen, gezinssituatie) normaal gesproken uitgeven aan kleding en schonen, door het online Persoonlijk Budgetadvies van het Nibud in te vullen.

Welke bedragen kan ik aanhouden voor wasbeurten?

Volgens het Nibud kostte een wasbeurt in 2025 gemiddeld € 1,53 (op 90º), € 1,23 (op 60º), € 1,11 (op 40º) of € 1,00 (op 30º) aan stroom, water, waspoeder en afschrijving van de wasmachine. Was in een droger kost gemiddeld € 1,54 per droogbeurt aan stroom en afschrijving.

Mijn zoon van 22 jaar woont in een instelling. Ik neem zijn kleding elk weekend mee naar huis voor een extra wasbeurt. Dat is nodig vanwege zijn handicap. Zijn die kosten aftrekbaar?

Niet bij je eigen aangifte. Je zoon woont immers niet bij jullie thuis. Je kunt wel een onkostenvergoeding vragen aan je zoon voor de kosten voor deze extra wasbeurten. Die kosten zijn dan bij de aangifte van je zoon aftrekbaar als ‘extra uitgaven voor kleding en beddengoed’. Dat levert bij je zoon in ieder geval een standaard aftrekpost van € 340 op (het lage forfait’) en mogelijk nog meer (zie hierboven, onder het kopje ‘hoog forfait’). Leg wel schriftelijk vast om welke onkosten het gaat, op basis van een realistische inschatting van de werkelijke kosten.

Ik ben ziek sinds april 2025. Ik heb vanwege mijn ziekte in 2025 aantoonbaar € 630 aan extra kosten voor kleding gemaakt. Dat is minder dan het normbedrag van € 680 voor een heel jaar. Kan ik toch iets aftrekken? En zo ja, hoeveel dan?

Je hebt sinds 1 april te maken met een aandoening waarvoor je extra kosten voor kleding maakt. Dat betekent dat je zowel de kosten (het normbedrag van € 680) als het aftrekbedrag (€ 850) naar evenredigheid moet toepassen. Het gaat om een periode van 9 (van de 12) maanden. Je hebt dus recht op aftrek als je kosten aantoonbaar hoger zijn dan 9/12 x € 680 = € 510. Daar zit je boven. Je kunt daardoor 9/12 x € 850 = € 638 aftrekken.


Alle informatie in deze rubriek gaat over het belastingjaar 2025. De aangifte inkomstenbelasting over dat jaar start op 1 maart 2026.