Particuliere ziekenzorg

Huurde je in 2025 op eigen kosten ziekenzorg (verpleegkundige zorg of lichamelijke verzorging) in, dan zijn de kosten hiervan volledig aftrekbaar als geneeskundige hulp. Het kan daarbij ook gaan om extra zorg, náást wijkverpleging (Zorgverzekeringswet) of langdurige zorg thuis (Wet langdurige zorg). Voorwaarde is wel dat een arts die bij de behandeling betrokken is deze (extra) zorg noodzakelijk vindt.

Algemeen

Bij particuliere ziekenzorg gelden de algemene regels voor de aftrek van paramedische hulp. Dat betBij particuliere ziekenzorg gelden de algemene regels voor de aftrek van paramedische hulp. Dat betekent dat de zorg verleend moet worden ‘op voorschrift en onder begeleiding’ van een naar Nederlandse begrippen erkende arts. Er moet dus een arts betrokken zijn bij je behandeling en die arts moet de zorg medisch noodzakelijk achten. Die arts kan je huisarts of medisch specialist zijn (bij zorg thuis), of een arts in de instelling waar je woont (bij extra zorg tijdens bewonersvakanties).

De term ‘op voorschrift’ kun je hier ruim opvatten. De arts hoeft geen verwijzing te schrijven, maar hij moet jouw situatie wel kennen, de zorg noodzakelijk vinden en een vinger aan de pols houden. Bijvoorbeeld doordat hij regelmatig geïnformeerd wordt door je zorgverleners of doordat hij zo nu en dan bij navraagt hoe het gaat.

Het moet bovendien uitdrukkelijk gaan om zorg met een (para)medisch karakter.

  • Verpleegkundige zorg omvat bijvoorbeeld wondverzorging, stomazorg, injecties, en andere specifiek verpleegkundige handelingen.
  • Lichamelijke verzorging omvat bijvoorbeeld hulp bij het aan- en uitkleden, wassen, naar het toilet gaan, aanbrengen of aantrekken van prothesen, opstaan en naar bed gaan, enzovoorts.

Kosten voor persoonlijke ondersteuning (zoals samen jouw zaken regelen achter de computer), begeleiding (zoals met je meegaan omdat je niet zelfstandig kunt reizen of hulp bij het boodschappen doen) en hulp bij het huishouden (zoals poetsen of klusjes in huis) zijn hier niet aftrekbaar. Mogelijk kun je deze uitgaven wel aftrekken onder het kopje extra gezinshulp.

Ik maak gebruik van een persoonsgebonden budget voor zorg. Kan ik dan ook kosten aftrekken voor particuliere verpleging en verzorging?

Ja dat kan. Maar alleen als je méér uitgeeft aan wijkverpleging of langdurige zorg dan je aan bruto persoonsgebonden budget voor verpleging en verzorging hebt gekregen. Je kunt dit op twee manieren regelen.

– Ofwel je betaalt deze extra (of duurdere) zorg rechtstreeks uit aan de zorgverleners.
– Ofwel, de betaling voor meer of duurdere zorg verloopt via een vrijwillige storting aan de Sociale Verzekeringsbank (SVb). Daarbij gelden de regels van de SVB voor zo’n extra storting.

In beide gevallen kun je deze extra kosten aftrekken als uitgaven voor particuliere verpleging en verzorging. Dus ook als de betaling verloopt via een extra, vrijwillige storting bij de SVb. Maar laat je de betaling via de SVb lopen, dan kun je alleen het bedrag aftrekken dat door de SVB in 2025 daadwerkelijk gebruikt is voor extra betalingen aan je zorgverleners. Je krijgt hiervan een specificatie van de SVb.

Let op: de wettelijke eigen bijdrage die je voor deze zorg aan het CAK betaalt is niet aftrekbaar!

Particuliere verpleeginstelling

Verbleef je in 2025 in een particulier verpleeghuis, verzorgingshuis, zorghotel of een andere instelling die niet via de Wet langdurige zorg (Wlz) gefinancierd werd, dan geldt een deel van de pensionprijs als uitgave voor geneeskundige hulp. Dat geldt alleen voor dat deel van de pensionprijs dat aantoonbaar bestaat uit kosten voor verpleging en verzorging. De instelling waar je verblijft, zal hierover afspraken moeten maken met de Belastingdienst.

Zijn de kosten voor verblijf in een zorghotel aftrekbaar?

Gedeeltelijk. Alleen de zorg die je daar krijgt is aftrekbaar, mits die is aan te merken als ‘verpleging en verzorging’. Het verblijf en de maaltijden zijn niet aftrekbaar. Vraag zo nodig een gespecificeerde factuur.

Bewonersvakantie

Zorginstellingen organiseren vaak collectieve bewonersvakanties. De extra kosten voor verpleging, verzorging en begeleiding tijdens zo’n vakantie worden niet vergoed vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Daarom brengen de instellingen deze kosten in rekening bij de bewoners.

Deze kosten bestaan uit drie onderdelen:

  • De kosten voor ziekenzorg (verpleging en verzorging), zoals hiervoor omschreven. Deze kosten zijn aftrekbaar als geneeskundige hulp. Je kunt niet alleen de salariskosten voor de begeleiders meetellen, maar ook hun reis- en verblijfskosten, omdat die deel uitmaken van de ‘kostprijs van de zorgt’ (zo bevestigt ook de Belastingdienst).
  • De kosten voor persoonlijke ondersteuning en (niet-medische) begeleiding. Deze kosten zijn aftrekbaar als extra gezinshulp, volgens de regels van die aftrek. Ook bij deze aftrek kun je reis- en verblijfskosten meerekenen.
  • De reis- en verblijfskosten voor jou als bewoner en eventuele andere kosten, zoals uitstapjes en toegangsbewijzen. Deze kosten zijn niet aftrekbaar.

Omdat je een splitsing moet maken tussen deze drie onderdelen, heb je een gespecificeerde factuur nodig van de instelling die deze kosten in rekening brengt.

Regel je als bewoner van een Wlz-instelling zelf een vakantie en neem je betaalde begeleiders mee, dan gelden dezelfde regels als voor bewonersvakanties die de instelling organiseert. In dat geval kun je dus ook de kosten voor begeleiders aftrekken als geneeskundige hulp of als extra gezinshulp, afhankelijk van welke diensten zij verlenen.

Ook wooninitiatieven die met persoonsgebonden budgetten vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) gefinancierd worden, organiseren collectieve bewonersvakanties. In dat geval zijn de extra uitgaven voor salarissen en verblijfskosten voor verplegend en verzorgend personeel niet zonder meer aftrekbaar. Alleen als deze kosten niet gedekt worden door het persoonsgebonden budget, maar je ze zelf betaalt, kun je ze aftrekken, volgens de bovenstaande regels.


Alle informatie in deze rubriek gaat over het belastingjaar 2025. De aangifte inkomstenbelasting over dat jaar start op 1 maart 2026.