Lijfrente voor gehandicapt (klein)kind
Via een lijfrentevoorziening kun je bijdragen aan een hoger inkomen voor je gehandicapte of chronisch zieke kind of kleinkind. Een lijfrente is een periodieke uitkering, bijvoorbeeld per maand of per kwartaal. Die uitkering kan pas ingaan als je (klein)kind meerderjarig is en moet levenslang doorlopen.
Voor een lijfrente betaal je premie. Hoe hoger het bedrag dat je aan premie voor de lijfrente betaalt en hoe later de uitkering begint, hoe hoger het maandelijkse extra inkomen van je (klein)kind.
De premie die je betaalt voor een lijfrentevoorziening voor een gehandicapt (klein)kind is aftrekbaar in box 1. Bedenk wel dat je (klein)kind later wel inkomstenbelasting moet betalen over de uitkeringen.
In de rubriek Uitgaven kun je bij het onderdeel ‘Uitgaven voor de volgende inkomensvoorzieningen: … een uitkering voor een meerderjarig invalide (klein)kind’ de premie voor zo’n toekomstige uitkering aftrekken.
Wil je voor deze regeling in aanmerking komen? Dan moet de lijfrente waarvoor je de premie aftrekt, voldoen aan de volgende voorwaarden:
- Op het moment dat de periodieke uitkeringen uit de lijfrente beginnen, moet je (klein)kind meerderjarig zijn.
- De uitkeringen mogen niet eerder stoppen dan bij het overlijden van het (klein)kind.
- Op het moment dat de periodieke uitkeringen uit de lijfrente beginnen, moet je (klein)kind gehandicapt of chronisch ziek zijn. Je (klein)kind hoeft dat dus nog niet te zijn op het moment dat je de premie aftrekt. Maar het moet dan wel duidelijk zijn dat je (klein)kind een zodanige medische prognose heeft, dat dit wel te verwachten is. De Belastingdienst kan vragen om een verklaring van een medisch specialist waarin de te verwachten ontwikkeling van de ziekte of beperking wordt beschreven.
- Verder gelden alle regels voor wat wel en niet door de Belastingdienst als een lijfrente wordt aangemerkt.
Je bent bij deze aftrek niet gebonden aan de zogenoemde jaarruimte of reserveringsruimte (zoals die wel geldt voor inkomensvoorzieningen voor jezelf). Toch zijn de premies voor lijfrenten voor meerderjarige invalide (klein)kinderen niet onbeperkt aftrekbaar. De uitkeringen moeten formeel ‘strekken tot voorziening in het levensonderhoud, overeenkomstig zijn plaats in de samenleving’. De premies zijn daarom aftrekbaar als de uitkeringen ertoe leiden dat je (klein)kind dezelfde levensstandaard kan handhaven als zijn ouders. Daarbij wordt rekening gehouden met de meerkosten die een beperking met zich meebrengt. In de praktijk wordt deze regel door de Belastingdienst ruimhartig uitgelegd.
Is zo’n lijfrente voordelig?
Niet altijd. De uitkeringen uit de lijfrente verhogen het inkomen van je (klein)kind in de toekomst. Daardoor krijgt je (klein)kind later mogelijk minder huurtoeslag of zorgtoeslag. Of het betaalt hogere eigen bijdragen voor bepaalde voorzieningen. Verblijft je kind of kleinkind als volwassene in een zorginstelling die vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) gefinancierd wordt, dan is meestal het enige effect dat de eigen bijdrage voor dit verblijf omhooggaat.
Wat kan ik nog meer doen om ervoor te zorgen dat mijn kind later niet in armoede vervalt?
Er zijn verschillende mogelijkheden.
– Je kunt sparen voor het kind. Je maakt dan een apart potje spaargeld of ander vermogen, dat je bij testament nalaat aan je kind. Het nadeel hiervan is dat dit potje zowel bij jou (zolang het nog op jouw naam staat) als bij je kind (als hij het erft) optelt bij het vermogen in box 3. Komt je kind daarmee boven de geldende vrijstellingen, dan heeft dit gevolgen voor huurtoeslag, zorgtoeslag en eigen bijdragen voor zorg. Op dit moment is groen beleggen de enige mogelijkheid om dit nadeel te ontwijken: voor beleggingen in erkende groenfondsen geldt een extra vrijstelling in box 3. Helaas weet niemand hoelang dat nog zo blijft. Bovendien zijn er heel veel mensen die zo’n belegging willen afsluiten. Daardoor kennen de meeste erkende groenfondsen lange wachtlijsten. Of ze hanteren afwijkende voorwaarden. Verdiep je hier grondig in, voordat je ermee begint.
– Geld geven aan je kind. Let daarbij wel op dat je niet boven de wettelijke grenzen gaat die gelden voor belastingvrij schenken. Op de website van de Belastingdienst vind je de regels tot hoever je kunt gaan, zonder dat je kind belasting hoeft te betalen over de schenking.
– Zorgen dat je kind goed in de spullen zit. Let wel op dat je hierbij de wettelijke grenzen voor belastingvrij schenken in de gaten houdt. Die gelden namelijk voor geld en goederen samen. Je kind overladen met dure spullen die het later misschien kan verkopen is dus geen oplossing.
– Afspraken maken in de familie over de zorg voor een gehandicapte broer of zus.
Alle informatie in deze rubriek gaat over het belastingjaar 2025. De aangifte inkomstenbelasting over dat jaar start op 1 maart 2026.